Voortdurend onderweg naar morgen 

Op vrijdag 26 januari stijgen we even op uit het eeuwige midden. De voorwaarden zijn dezelfden als altijd, mensen die onwennig binnenkomen, het koffiezet apparaat dat te ingewikkeld is, de vrouwen die de kopjes aanvullen en de terugkerende vraag of iemand met de auto of met de trein is gekomen. Ik vraag niet of iemand ook de twee parkeerwachters in het hokje heeft gezien, dat is geen vraag die je gelijk stelt, maar het is wel een soap, ze zitten er de hele dag.

Na een ongemakkelijk voorstellen van mijn kant en na Henk die altijd zenuwachtig en grappig is, gaat de PowerPoint gelukkig aan. Het heeft iets geruststellends om samen naar een scherm te kijken. Je kunt luisteren, lezen of je gedachten laten afdwalen.

Maar Henk heeft geen gewone PowerPoint: hij heeft iets nieuws. We bekijken onze organisaties vandaag met andere ogen. Aan de hand van zijn punten kunnen we eindelijk zonder onze collega’s op de dagelijkse gekte terugblikken.

De vijftien aanwezigen veranderen al na de eerste tien minuten in acteurs. Onder de trap wordt gegromd en gegild en met open mond gekeken als een adviseur uitbeeldt hoe ze in haar kruis wordt gegrepen. Overal gebaren mensen heftig met hun handen, mensen kijken met een pijnlijke blik weg of buigen hun hoofden juist dichter naar elkaar dan de gemiddelde beleidsbijeenkomst (hoewel dat ook een beetje aan de akoestiek in deze ruimte kan liggen, die zoals bij deze setting hoort, niet heel goed is).

Uit een hoekje:

‘Ze hebben al bij anderen geprobeerd om spanning weg te masseren en nu willen ze ook bij mij.’
‘Wie?’
‘Die twee inhoudelijke trekkers’
‘En zij vielen jou aan?’
‘Uiteindelijk wel ja…’

In het bespreken van de scènes, straalt de aanwezige afwezige. We schateren van het lachen om die mannen die willen dat een adviseur zijn vingers in zijn oren doet als er bedragen genoemd worden en dat hij dat ook nog doet, sissen afkeurend bij die gemeente die in een mailtje aangeeft dat adviseurs van voor 1985 niet mee hoeven te denken en grinniken om de gemeente Almere die zichzelf ‘de bestaande stad’ noemt.

Dan volgt de PowerPoint van Henk over waarom de publieke organisatie in het soap model past:
‘En klopt dit, werken jullie hier?’ vraagt hij onschuldig.
Mensen knikken nadenkend, er wordt opeens minder gegrinnikt.

Het is alsof de wethouder even om de hoek kijkt en zegt dat hij toch niet aan kan schuiven. Alsof je agenda op zaterdagochtend alweer op maandag open valt.

Want ja, hoe leuk is het om elke dag in een soap te spelen? Hoe hou je het leuk als je in het echt voor de zeshonderdste keer de ‘bestaande stad’ binnenstapt?

Iedereen heeft net als in een soap een eeuwig durende spanning in relatie tot zijn of haar werk. En aan de lachsalvo’s die klinken, vraag ik me af hoe hoog die is. Hoe noodzakelijk is deze middag van ontlading? Hoe vaak wordt er tussendoor gelachen of gereflecteerd op de dagelijkse gekte? Aan de andere kant: mensen lachen nog en eerlijk is eerlijk: de mensen die er het langst inzitten, lachen het hardst.

Ach ja, we zijn allemaal onderweg naar morgen en met een beetje hulp van de inzichten op de Flip-over kunnen we in de toekomst nog iets beter met de moederspanningen omgaan.

‘Heerlijk deze middag!’ hoor ik iemand verzuchten.

Geschreven en voorgelezen op 26 januari 2018 in het KNAP LAB: Onderweg naar morgen: Werken in een soap.