De Kapel (de namen van de gemeenten zijn gefingeerd)

Het is drie weken nadat we zijn gestart. Het is koud. Vijftien graden kouder dan toen. Met de jassen aan wachten we in de buitengalerij van de Observant. Het gaat over kroonjuwelen in Roosendaal. We beklimmen de trappen en komen in de Kapel. Hier zijn twee deuren. Initiatieven die twee kanten op kunnen. De tafel is niet rond, maar vierkant. Hier zitten ridders. Edellieden uit alle hoeken van het land die strategieën voor hun nobele doelen bespreken.

Ik stel ze even aan u voor:

De Koopman
De Koopman wil Amstelveen opnieuw ontginnen. Hij probeerde de afgelopen weken een organogram van de gemeente te tekenen, maar dat was best ingewikkeld.
Zijn droom is een stadsportaal waar alle informatie van alle partijen op staat.
Wat speelt in de stad? Hoe kunnen we samenspraak garanderen? Wie is nu de bedrijfsleider van Albert Heijn? En wie de voorzitter van de voetbalverenging?
Als ambtenaar in Amstelveen kwam hij niet in de ondernemers-mood. Hij is ook niet super commercieel.
Zijn schoonmoeder verkoopt hij niks.

Maar hij ziet kansen. Natuurlijk.
Vanuit Amstelveen heeft hij groen licht. 5.000 euro. Nu zoekt hij negen andere gemeenten die aan de samenspraak module willen bouwen en de gemeenten die hier aan tafel zitten mogen natuurlijk meedoen.
Maar dat is het probleem. Iedereen vindt het prachtig. Maar die zweem van commercialiteit! Mensen denken: Daar heb je hem weer.
En daar zit hij dan met zijn vijfentwintig bouwstenen. Hij wil een portaal bouwen, maar hij weet niet wie er wil schuilen.

De Raadsvrouw
Trouw als geen ander. De raadsvrouw doet die dingen die kunnen helpen om het experiment te laten slagen. Zij spiegelt gemor. Probeert de wereld om zich heen te snappen. Ze kent de beste kok uit Roosendaal niet, maar dat maakt haar betrokkenheid niet minder. In de burcht van de gemeente wil zij weten hoe de hazen lopen. Ze luistert en noteert waar anderen achterover leunen of een tweede kopje koffie inschenken. Ook vandaag.

Haar raad gaat in drie blokken werken. De raadsleden stappen in een drietrapsraket die in januari kan staan. Een aantal fracties is al klaar met het experiment. Maar hun gemopper laat ze rustig van zich afglijden. Eerst echt in gesprek. Eerst de cyclus doorlopen en dan pas oordelen. De Raadsvrouw vraagt zich af hoe zij de lange adem vorm geeft. Niet zelf, die heeft ze, dat zie je meteen. Maar die gemeente, hoe blijft die meedoen? Hoe kan dit proces verdiept worden?
Ze weet het soms even niet. Dat zegt ze dan ook gewoon. Ze gaat koffie drinken met de griffier. En de burgemeester. En dan weer verder.

De Nestor
De Nestor licht op als het over zijn Harlingen gaat. Hij is degene die verhalen vertelt over jassen die niet meer passen, uit het raam roept, Vlaamse boeken leest en daarna die domme communicatiemensen mee moet nemen. Meer dan één doel is teveel. Democratie versterken en meer spelen gaan niet in ieders hoofd samen.
‘Ik moet het elke keer weer uitleggen.’
Als hij een clubje mensen bij elkaar krijgt gaat het lukken. Maar zijn, zijn collega’s zo slim als hij? Hij helpt zijn collega die alles weet van bloemetjes met een brief.
‘Hup.’
De schildknaap (haar stel ik zo aan u voor) zegt dat zij niet weet of hij er met dat clubje is. Als het over speelplaatsen gaat, moeten kinderen ook gehoord worden. Zelfs zij is te oud om met jongeren te praten. Hoe kan de gemeente dat clubje kinderen bereiken? Wie zijn de sleutelfiguren?
De nestor knikt en gaat door met zijn eigen verhaal. Hij heeft veel al gezien. Nu ziet hij parallelle acties. Als je alleen iets roept komt er niemand. Via heel veel communicatie en loting komen mensen misschien wel. Dat zou een verrassingseffect kunnen zijn.
Hij weet zelf al hoe het eruit gaat zien. De eerste keer gaat het over gezondheid. De tweede keer gaan zij steevast de wijk in.
Over twee jaar kan het niet mislukken. Dat weet hij uit ervaring voor de zaal en langs de lijn bij de wedstrijden van zijn zonen. Hij weet dat dit nodig is. Daarom komt dat plan er ook wel. Het moet.
Hij stemt na een korte stilte op zijn eigen initiatief. En dat levert veel op. Dat wel.

De schildknaap
De schildknaap is als laatste aan de beurt en praat zacht. Zij is meer van actief op de achtergrond. Zij wil met de hele stad beleid maken. Waarom moeten we lokale democratie vernieuwen? Die urgentie moet voor iedereen duidelijk zijn. In de eerste plaats voor de raad. De schildknaap wil veel. Als ze vertelt, vergeet zij soms bijna adem te halen.
In haar enthousiasme loopt ze soms tegen de oudgedienden in haar gemeenten op. Zo’n wijkmanager die er al twintig jaar werkt en die denkt ‘Jij werkt hier net en opeens heb jij zo’n functie.’
Dat soort spanningen loopt ze zo snel mogelijk voorbij. Zij zoekt naar de sleutelfiguren en probeert op de energie te gaan zitten.
De schildknaap gaat stap voor stap op een abstracter niveau verschillende gemeente onderdelen langs. Daar heeft niemand iets op tegen. Iedereen laadt vrolijk alles op haar frisse schouders en kijkt toe hoe zij stappen zet. Een stapje vooruit en dan weer drie terug.
‘Maar het is niet alleen mijn programma’ protesteert de schildknaap in de kapel.
Dit is wat de Nestor denkt: Ramen open en schreeuwen.

De Hofnar
De Raadsvrouw heeft haar koffie nog niet ingeschonken of de Hofnar staat al in zijn handdoekje tegenover zijn schoonvader.
‘Die moet je maar voor onze bruiloft uitnodigen,’ zei zijn schoonmoeder toen.
Hij kent een dikke kok in Roosendaal die fantastisch kan koken.
Hij vraagt of de schildknaap en de raadsvrouw willen wachten op de Friezen. Ze wachten op die ene.
Als de Hofnar spreekt, spreekt hij tot de verbeelding. Over droogzwemmen, mooie mislukkingen, zweet in de handen, SBS6, parket en plavuizen. Hij vindt het jammer dat er geen gin bij de tonic is en noemt de Raadsvrouw ‘dood bier’. Ze knikt omdat ze weet van wie het komt. Van die man met die hond die zelf met zakjes rondloopt.