Nooit meer incasso

Shamsa komt uit Somalië en woont sinds 1999 in Nederland. Ze heeft vijf dochters. Alle vijf wonen ze thuis. Shamsa is een paar jaar geleden gescheiden van haar man. Toen Shamsa haar gezinsmanager, Annet, leerde kennen dreigde ze vastgezet te worden vanwege een conflict met de familie van haar ex. Daarnaast had ze hoge schulden. Inmiddels heeft Shamsa, ‘dankzij Annet’, gratie van de koningin. Annet leert haar nu hoe ze met geld en rekeningen om moet gaan. ‘Annet zegt: Shamsa je bent slim genoeg: kijken, luisteren.’

’s Ochtends vroeg sms’en we nog even. We spreken af om elkaar voor het station Tilburg te ontmoeten. Ik kijk uit naar een grijze twingo die stipt om 9:00 stopt. In de auto een vrouw van begin dertig, met een vrolijk gezicht, een lichtgroen jasje en een groene broek. Annet. Ik krijg een stevige hand. Een opgeruimde auto, babydoekjes bij de vooruit, de radio zachtjes aan en ook Annet zelf maakt een frisse indruk.

‘Ik ben wel benieuwd wat Shamsa je gaat vertellen hoor!’ bekent ze. ‘En of ze überhaupt weet dat ik de gezinsmanager ben. Samen met twee andere vrouwen kom ik regelmatig bij haar over de vloer. We vullen elkaar goed aan, daar ben ik wel trots op. Shamsa is een schat, maar soms houd ik mijn hart vast of het wel goed gaat komen… Ze kan totaal niet met geld omgaan! Als ze aan het begin van de week geld krijgt, rent ze naar de winkel om spullen te kopen. Ze loopt niet, ze rent echt door de stad. Ze lijkt dan mijn dochter van twaalf wel. Ze koopt lippenstift of blusher voor een feestje en aan het einde van het week heeft ze geen geld meer voor eten voor haar kinderen. Dan belt ze mij.’‘En dan?’ vraag ik. ‘Dan leg ik haar voor de tiende keer uit dat ze moet sparen, maar ik vraag me af of ze het begrijpt…’

We rijden een klein kwartier door Tilburg. Dan zijn we er. Een portiekflat in Tilburg Noord. Uit de achterbak pakken we twee kartonnen dozen waarin carnavalskleren voor de kinderen van Shamsa zitten. ‘Dat vind ik dan weer knap van Shamsa’, zegt Annet terwijl ze één van de dozen in mijn armen legt, ‘dat ze aan me vraagt of ik toevallig nog kleren heb die haar kinderen aankunnen met een feestje. Dat ze daar aan denkt. Ik moet alleen benadrukken dat ze voorzichtig moeten zijn met de kleren, want in dit huis blijft niks heel.’

Inmiddels zijn we bij een rij zilveren knopjes aangekomen. Annet belt aan.
‘Wie is dat?’ horen we door de intercom.
‘Annet!’ roept Annet en daarna tegen mij: ‘Je moet niet schrikken als ze nog in haar pyjama is hoor. Misschien is ze wel vergeten dat je komt.’

Als de deur in de galerij op de eerste verdieping opengaat, staat daar een klein meisje van een jaar of drie. Ze heeft donkere korte krulletjes en kijkt ons nieuwsgierig aan. Wat verderop in het donkere gangetje staat haar moeder, Shamsa. Annet loopt gelijk door, zet haar doos in de hal en verlost me van de mijne. Ik twijfel of ik eerst het meisje of haar moeder moet begroeten.

Toch maar eerst het meisje, ik ga op mijn hurken zitten: ‘Hoi, hoe heet jij?’ vraag ik. ‘Samira!’ zegt ze met een hoog stemmetje en terwijl ze haar naam zegt zie ik dat haar voortanden half afgebroken zijn. Ze rent het gangetje uit. Dan geeft ik Shamsa een hand. Ze is nog jong, een jaar of dertig schat ik. Ze geeft een voorzichtige hand en kijkt me niet aan, maar ze gebaart dat ik mee mag lopen naar de keuken. Ze loopt sloffend en langzaam en draagt een lange kleurige rok, een t-shirt en een zwarte hoofddoek. Annet zit al in de kleine keuken aan een ronde tafel die voor een koelkast met verschoten voetbalplaatjes staat.

‘Hoe gaat het Shamsa?’ vraagt ze.

Shamsa kijkt moeilijk: ‘Buikpijn’ zegt ze. Ze loopt de keuken uit iets te pakken. ‘De vierde keer ongesteld deze maand’ fluistert Annet, meer tegen zichzelf dan tegen mij. Shamsa komt terug met een agenda van de Postcodeloterij.

‘Heb je deze week al geld gepind?’ vraagt Annet, ze praat iets langzamer en harder dan in de auto. Shamsa zegt dat ze gister heeft gepind, twintig euro, en dat ze niets meer zal pinnen tot vrijdag. Ze praat snel en heeft een accent, maar ik kan haar goed verstaan. Annet en Shamsa spreken af dat Annet vrijdag langskomt en dat Shamsa donderdag, als ze geen geld meer heeft, weer twintig euro mag pinnen. Annet noteert beide afspraken in de agenda. Dan legt ze uit dat ik, zoals afgesproken, met haar kom praten over hoe zij de hulp die ze krijgt vindt.

‘Hoe je vindt dat ik het doe.’ Shamsa kijkt serieus en gaat gelijk van start: ‘Annet is een engel’ zegt ze en ze begint een opsomming op plechtige toon: ‘Ze helpt heel goed, ze is altijd vrolijk…’ ‘Hoho, wacht’ onderbreekt Annet haar, ‘Ik ga er vandoor, dan kunnen jullie rustig praten.’ Ze pakt haar jas, groet en loopt de keuken uit.

Om te voorkomen dat Shamsa op dezelfde plechtige toon doorgaat vraag ik haar eerst of ik een foto van haar dochters mag zien. Dat mag. Achter haar aan loop ik een andere kamer in. Het valt me op dat het overal in het appartement donker is. Ook in de slaapkamer die we in lopen zijn de gordijnen dicht. Het bed is onopgemaakt. Ondertussen trippelt Samira om ons heen. Als we weer in de keuken staan slaat zij haar armen om mijn benen. ‘Samira, je moet gaan spelen’ zegt Shamsa streng, Samira rent de keuken weer uit, ‘I love you!’ roept Shamsa haar nog na. Dan zijn we met zijn tweeën en de foto van haar vijf dochters. Behalve Samira, zijn ze allemaal op school.

Shamsa vertelt over haar gezin. Haar oudste dochter is twaalf en Samira is haar jongste, zij is drieënhalf. Shamsa was zestien toen zij haar eerste kind kreeg.
‘Het ging te snel’ zegt ze. In 1999 kwam ze met een tante uit Somalië aan in Tilburg. In Somalië was het niet veilig. In Tilburg ontmoette zij haar ex-man die twaalf jaar ouder was dan zij. Shamsa kwam in die tijd het huis bijna niet uit. In 2007 besloot Shamsa dat zij van haar toenmalige man wilde scheiden. Het duurde drie jaar voordat dit rond was. Ze noemt dit ‘een zwarte tijd’. Terwijl ze praat schommelt ze een beetje heen en weer, ze heeft duidelijk pijn en ze ziet ook bleek. Toch vervolgt ze haar verhaal. In die tijd kwam ook de eerste hulp. Toen ging haar deur open.

‘Waarvoor had je hulp nodig?’ vraag ik.
‘Ik had post-traumatische stress door mijn man. Veel ruzie, slaan… Toen kwam via de school van kinderen jeugdzorg. Ze hadden gezegd dat ik opvoed problemen had. Ik leerde praten over mijn gevoel en over problemen. Dat is goed. Ik leerde ook dat ik mijn gevoel soms even op de kast moest zetten. Ik zeg altijd tegen mensen ‘Jeugdzorg is goed’ en zij zeggen dan ‘Die vrouw is gek!’ maar Jeugdzorg heeft zelf onderzoek gedaan en niet gelijk mijn man geloofd toen hij zei dat ik de kinderen mishandelde. Ze gingen met me praten, helpen me met de kinderen en vorig jaar hebben ze me ook Annet gegeven.’

‘Hoe ging dat?’ vraag ik.
‘Ze kwam vorig jaar hier in huis kennismaken.’ ‘Zaten jullie hier aan de tafel?’ Shamsa knikt, ‘ En hoe vond je haar?’ vraag ik. ‘Lief,’ zegt Shamsa beslist ‘en heel open. En luisteren. We hadden een klik. Annet is wel anders dan de andere vrouwen die hier kwamen. Ik vertel haar heel veel. Ze is een beetje een grote zus.’
Shamsa trekt haar hoofddoek recht. Ze heeft lange nagels met restjes blauwe nagellak erop.
‘Wat waren de grootste problemen toen Annet hier kwam?’ vraag ik.
‘Incasso en bewaringstelling, ik moest misschien in de gevangenis.’ Ze zucht. ‘Ik had dingen niet goed geregeld met de familie van mijn ex-man. Ik wilde het zelf oplossen. Ik ging vechten. Dat was niet goed.’ Terwijl ze praat heeft ze haar armen open gespreid en haar beide wijsvingers bij haar duimen alsof ze in een soort lotushouding zit. Ze kijkt kinderlijk schuldbewust.‘O lala toen kon ik niet slapen!’ gaat ze verder. ‘Annet heeft me geholpen. Ik heb gratie van de Koningin gekregen, dat is een goede vrouw. Koninginnedag gaan we vieren, mijn dochter is dan ook jarig. Ik geef een feestje voor de buurt.’
‘Hoeveel mensen komen dan?’
‘Oe weet ik niet!’ roept Shamsa uit. ‘Ik ken heel veel mensen, ik ben een heel open persoon! Misschien veertig? – Ja ik moet wel gaan sparen!’ zegt ze voordat ik iets zeg en ze lacht.Shamsa moet wel vaker lachen om haar eigen plannen. Zo vertelt ze me dat ze eigenlijk aan haar theorie examen wil beginnen om te leren autorijden. ‘De bus is zo duur! Toen ik dat aan Annet vertelde, zei ze: ‘Shamsa, hoe wil je dat doen? Je kan je brieven niet eens goed lezen, schrijven is moeilijk, je gaat toch geen theorie examen doen!’ Wij lachen!’ Ze lacht weer als ze het vertelt. ‘Ik ga stap voor stap. Nederlands leren is de eerste stap. Dat wil ik heel graag. Nu corrigeren mijn dochters mij. Ik haat dat. Ik zeg dan: ‘Ik ben je moeder, je moet mij niet corrigeren, je weet niets van het leven! Vroeger waren zij de baas. Nu ben ik dat. Ik heb van jeugdzorg geleerd hoe ik meer de baas moet zijn. Annet gaat de lessen Nederlands voor me regelen.’‘Wat doet Annet allemaal voor je?’ vraag ik.
‘Ja, veel administratie. Vroeger liet ik de brieven dicht. Angst. Van Jeugdzorg zeiden ze: ‘Als je de brieven in het laatje laat zitten, komen er geen oplossingen. Met Annet maak ik samen brieven open. Ze zegt: ‘Shamsa je bent slim genoeg: kijken, luisteren.’ Ik wil alles kunnen wat Annet doet.’ Shamsa herinnert zich opeens iets: ‘Laatst was een buurvrouw van boven met een incasso-probleem, ze spreekt minder Nederlands dan ik. Toen ging ik zitten met die brief en de telefoon net zoals Annet, en toen was het zo van – ze houdt haar hand als een telefoon bij haar hoofd- ‘Hallo met Shamsa Said, ik bel namens mevrouwAhmed, zij wil haar incasso graag in delen betalen.. Ja, referentienummer.. Ja goed, bedankt!’Ik moet lachen. Shamsa lacht ook een beetje ondeugend. ‘Klinkt goed!’ zeg ik. Het valt me op dat ze sommige simpele woorden niet kent en woorden als referentienummer wel.Dan is ze even afgeleid door Samira die voor de deur staat te gebaren. Ik denk dat Shamsa in het Somalisch zegt dat ze binnen kan komen. ‘Ik heb honger’, zegt Samira met een zielig stemmetje en ze wrijft over haar buik. Shamsa zucht. Pakt de laatste twee boterhammen uit een zak op de grond en een pot chocoladepasta uit een keukenkastje dat verder leeg is. Ze geeft Samira de boterhammen en trekt haar nog even op schoot. Ze knuffelt en kust haar en belooft dat ze straks samen tv gaan kijken.

‘I love you’ zegt ze voor de tweede keer als Samira de keuken uitloopt. ‘I love you!’, hoor ik vanaf de gang.

Als ik haar vraag wat haar liefste wens voor de toekomst is, zegt ze stellig: ‘Werk! Activiteit voor mezelf. Ik wil mezelf veranderen. Nog steeds wel Shamsa zijn, maar een actieve Shamsa. En ik wil geen hulpverlening meer. En nooit meer incasso!’
‘Wat voor werk zou je willen?’ vraag ik.

‘In de administratie. Misschien op een consultatiebureau, ik spreek drie talen. Frans, Nederlands en Somalisch, ik denk dat ik vrouwen die daar komen kan helpen.’
‘En dan zou je wel zonder Annet kunnen?’ vraag ik.
‘Ja, maar nu nog niet hoor!’ Ze kijkt opeens verschrikt, alsof ik Annet van haar af kan pakken. ‘Ik moet nog veel leren. Annet is een goede juf.’

Geschreven voor de gemeente Tilburg, DSP-groep (2016).

De gemeente Tilburg startte in 2012 met de proeftuin gezinsmanagement. Zo kreeg een aantal Tilburgse multiprobleem-gezinnen een gezinsmanager om hen te helpen hun leven weer op orde te krijgen. In de evaluatie van dit project in 2013 wilde de gemeente niet alleen ervaringen van de gezinsmanagers en de hulpverleners meenemen, maar ook van de gezinnen zelf. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s