Bij haar ben ik happy

Nancy is geboren en getogen in Alkmaar. Ze is eenenveertig jaar en moeder van acht kinderen. Toen haar gezinsmanager, Rachel, vorig najaar kwam, dreigde Nancy en haar kinderen uit huis te worden gezet. Rachel heeft toen geholpen met het oplossen van de huurachterstand. Nu helpt zij Nancy nog met het afhandelen van rekeningen, extra zorg voor de kinderen en het huis. Nancy wil het liefst dat alles weer normaal wordt. Zoals vroeger toen ze nog een sterke vrouw was.

Veel muur, weinig raam. Het is net gestopt met regenen als ik door de straat loop waar ik moet zijn. Het is maandagmiddag half twee en de straat is leeg. De plek waar eerst een huisnummer hing ook. Ik bel aan.

Een vrouw met lang donker haar doet open. Ik wacht nog buiten om me voor te stellen, maar ze doet al een paar stappen terug. In de schaduw van de gang geef ik haar een hand. Ze kijkt me niet aan, maar zegt wel haar naam; ‘Nancy’. Nancy gaat me voor in de woonkamer. Veel paars en lila en ik voel de snuit van een hond tegen mijn benen. Ik kijk omlaag en zie een lichtbruine boxer. ‘Ja, zoveel onbekende mensen over de vloer he!’ zegt Nancy tegen de hond. Ze heeft een Noord-Hollands accent. En tegen mij: ‘Dan moet ze altijd effe snuffelen.’ Ik vraag hoe ze heet. ‘Damy. Het is echt een gek beest. Gister hadden we een vuurkorf in de tuin, ging ze de hele tijd aan het vuur ruiken, d’r hele snorharen zijn eraf geschroeid.’

We staan een beetje onhandig tussen de zithoek aan de straatkant en de keuken. ‘Ik vind dit wel heel spannend’ zegt Nancy. Ze zet de Senseo aan en ik ga vast op een van de banken zitten. Damy komt naast me liggen. De keuken is geel met rood en ik zie dat een paar kastjes uit hun voegen hangen. Nancy is helemaal in het zwart, alleen haar schoenen hebben een panter print. Ze gaat ook op de bank zitten. Terwijl Nancy praat, gebaart ze veel met haar handen, ik zie dat ze lange rode nep nagels heeft, lichtblauwe ogen en een onregelmatig, verkleurd gebit. Een pakje shag ligt op het tafeltje tussen de banken. Ik drink mijn koffie, Nancy drinkt niets.

Van Damy komen we op de kinderen. Nancy heeft acht kinderen. De eerste zes heeft ze samen met haar eerste man gekregen toen ze nog in Alkmaar woonde. Twee daarvan zijn inmiddels uit huis. De jongste twee heeft ze met haar tweede ex-man. Zij zijn zes en zeven en wonen nu bij hem. Deze week wordt Duncan, van zeventien, voor zes weken uit huis geplaatst. ‘Het leven gaat door en ik heb nog vijf andere kinderen thuis’ zegt Nancy, maar ze kijkt verdrietig.

‘Hoe zijn je andere kinderen?’ vraag ik, om eerst nog wat meer te horen over het hele gezin.

‘Heel verschillend!’ roept Nancy. Ze vertelt over haar oudste zoon die al een baan heeft, haar oudste dochter die een kleine heeft, en over haar andere kinderen. Cindy, van elf, krijgt vanaf volgende week ‘een soort vriendin’ van een vrijwilligersorganisatie. ‘Ze vindt het heel leuk, ze heeft er heel veel zin in. Dan krijgt ze de aandacht die ik haar niet kan geven van iemand anders. Dan krijgt ze een maatje. En als zij het leuk vindt vind ik het ook leuk. Wel jammer dat ik het haar niet kan geven, maar ja ik heb nog meer kinderen…’

‘Hoe zijn jullie op dat idee gekomen?’ vraag ik
‘Eh, dat was Rachel!’ Nancy spreekt het uit als Raggel. Zij zei: ‘Waarom kijken we niet of we voor Cindy een maatje kunnen regelen?’ Nou en dat vond Cindy wel leuk en toen was het heel snel geregeld. Ja zij maakt nu natuurlijk ook alles mee met d’r broer…’

‘Waarom moet Duncan uit huis?’ vraag ik nu.
‘Omdat hij al twee jaar spijbelde. Ik heb alles geprobeerd. Jeugdzorg heeft alles geprobeerd. Maar hij ging gewoon niet. En nu heeft de rechter besloten dat hij zes weken in een gesloten groep moet, ja het is wel een soort gesloten geloof ik. Ik weet nog niet hoe het eruit ziet. We gaan er woensdag naar toe. Maar het ergste is, we gaan er samen heen, maar hij gaat niet mee terug. En in zes weken gaan ze kijken of ze hem een beetje los kunnen krijgen.’

‘Weet je wat hij doet als hij niet naar school gaat?’

Nancy kijkt wanhopig en haalt haar schouders op. ‘Ja, chillen noemen ze dat tegenwoordig! Hij wordt opgehaald door een vriend. Duncan is geen crimineel, het is geen agressieve jongen, het enigste probleem is, hij wil gewoon niet naar school! Hij gaat niet. Zelfs Jeugdzorg kwam hier om hem wakker te maken en naar school te sturen, en zelfs hun kregen het niet voor elkaar. Ik heb hem zelfs een keer met een emmer water wakker gemaakt! Ze lacht bitter. ‘Nou toen was het helemaal foute boel, ging ie helemaal niet meer. Ja, en dan geef je op als moeder…’

Het is even stil. Ik hoor Damy naast me snurken en opeens zie ik dat achter Nancy een groot lila schilderij van een boeddha hangt. Nancy licht op als ze over Rachel begint te praten. ‘Ongeveer een jaar geleden kwam ze. En we hadden gelijk een klik! Ze is vrolijk, positief, doet wat ze belooft… En ze heeft ook drie kinderen. Vóór Rachel kwam een man die ongeveer hetzelfde deed van een andere maatschappelijke organisatie, en die zei wel altijd ‘Jaja’ op alles, maar hij deed niks. Hij regelde niks. Hij kwam gewoon zonder te bellen en als ik er dan niet was, werd ie boos. Op een gegeven moment heb ik gezegd: ‘Je komt hier niet meer binnen.’

Nancy denk even na. ‘Toen Rachel kwam zat ik echt in de shit. We werden bijna ons huis uit gezet, omdat ik eten voor de kinderen voorrang had gegeven op water en licht. Ondertussen was ik al maanden bezig met mijn WAO die opeens lager was dan daarvoor. Ik kreeg maar 500 euro per maand, met zes kinderen! Rachel heeft toen in een paar dagen geregeld dat ik weer het normale bedrag kreeg en met al het geld dat ik in de maanden daarvoor niet had gekregen heeft ze mijn huurachterstand betaald. Haar lukte het wel.’

‘Waardoor kwam dat denk je?’ vraag ik.
‘Ja eh ik weet het niet. Omdat zij van een instantie is denk ik. Ik kon het ook niet plaatsen. Mij lukt het niet en haar wel! Ik snapte het niet. Ik ben gewoon een mens, zij ook. Rachel vond het ook raar! Boos werd ik daarvan. Ja, niet op haar hoor, maar op die deurwaarders! Maar ja, ik ben ook wel blij hoor dat het haar wel gelukt is. Anders had ik mijn huis niet meer gehad.’

Rachel regelt nog steeds veel voor Nancy. ‘Via de woningbouw regelt ze een nieuwe keuken. En ze heeft fondsen aangeschreven om een nieuwe vloer en nieuwe bedden voor de kinderen te betalen. Ik kan dat wel proberen, maar mij lukt dat niet. Dat blijkt wel. Ik heb een sterkere persoon nodig. Rachel regelt het allemaal. Zij helpt mij, ik vind dat echt fijn. Als er iets is, dan is het eerste wat ik denk: ‘Rachel!’ En dat is geen gemakzucht hoor, ik kan zelf ook bellen… Misschien moet ik dat ook wel doen… Maar ja, zij kan het beter. Hoe ze het doet, maakt mij niet uit, ik hoef dat nu ook niet te weten.’

‘Wat doe jij nu zelf?’
‘Nou, eigenlijk niet zoveel… Rachel is mijn steunpilaar. Als ze weggaat dan val ik om.’ Het woord steunpilaar zal nog een stuk of acht keer terugkomen in de rest van het gesprek. ‘We hebben echt een klik’ gaat Nancy verder. ‘Bij haar ben ik happy. Ik heb ook iemand van de Jeugdzorg, maar met haar praat ik niet over waar ik mee zit. Rachel en ik zien elkaar een keer in de twee weken en ze belt af en toe tussendoor. En ik mag haar altijd bellen. Ze vraagt altijd of het uitkomt dat ze langskomt. Rachel komt meestal ‘s ochtends. Dan gaan we eerst even een bakkie doen, zo noemen we dat. Ik zie haar niet als iemand van een instantie. Ik ben tegenwoordig alleen maar met instanties en rechtbanken bezig, voor Duncan. Als hij straks terugkomt krijgen we nog iemand over de vloer. Die gaat me leren hoe ik ook die structuur aan Duncan kan geven. Dan hebben we drie mensen, Rachel, Gittie van de jeugdzorg en die nieuwe persoon.’

‘Weet je hoe lang Rachel nog blijft?’
‘Nee. Ze vroeg laatst wel Heb je me nodig? En toen heb ik gezegd dat ik haar nog even nodig heb ja. Met Rachel heb ik het gevoel dat ik nog iemand achter de hand heb. Ik ben nog niet sterk genoeg. In Alkmaar was ik een heel sterke vrouw, ik werkte, ik zorgde voor mijn kinderen…’

‘Hoe komt het dat je niet sterk meer bent?’ vraag ik.
‘Misschien teveel meegemaakt…’ Nancy stopt even. Dan vertelt ze over haar leven in Alkmaar. Nancy groeide op in een normaal gezin. Haar vader werkte altijd, haar moeder was huisvrouw en ze had een broer. Met haar eerste man woonde ze in Alkmaar en kreeg ze zes kinderen. Samen zijn ze naar Tilburg verhuist. Veel vertelt ze niet over hem. Alleen dat hij haar geestelijk en lichamelijk kapot heeft gemaakt. Ze is al jaren geleden afgekeurd door de arbeidsarts. Posttraumatische stress. Haar laatste twee kinderen kreeg ze met haar tweede man, waarvan ze ook is gescheiden. De kinderen wonen nu bij hem. Hij kan hen meer geven dan zij. Gelukkig heeft ze met hem wel nog goed contact.

Nancy vertelt hoe moeilijk ze het nu vindt om in Tilburg haar dagen te vullen. In Tilburg heeft ze geen vriendinnen die op de koffie komen, in Tilburg kan ze niet met haar moeder naar de markt. Ze kan niet eens meer bellen met haar moeder, want die heeft kanker en is door de morfine te moe om te praten. In Tilburg hoort Nancy er niet echt bij. Ze denkt dat het misschien door haar accent komt. En ze denkt dat de straat achter haar rug over haar spreekt, omdat er regelmatig politie op de stoep staat voor Duncan. Maar dat weet ze niet zeker. ’s Avonds is ze moe van al het denken. Ze is bang dat haar andere kinderen straks ook niet meer naar school gaan. Dat ze straks geen diploma hebben. En ze vertelt hoe graag ze wil dat alles weer normaal wordt. Geen jeugdzorg, geen maatjes, gewoon normaal.

Nancy ziet er moe uit. Wij zijn ook al lang aan het praten. Tijdens het gesprek viel me al op dat niet alleen op het schilderij achter Nancy, maar overal in de kamer boeddha beeldjes staan. Ik schat wel een stuk of twintig. Ik vraag ernaar om Nancy een beetje op te beuren. ‘Je houdt wel van Boeddha’s he? Ben je boeddhistisch?’

Nancy glimlacht. ‘Nee, ik hoop dat ze me rust geven, maar tot nu toe werkt het nog niet echt. Soms aai ik over een van die koppies, ik weet niet precies waarom, gewoon om iets te doen. Ik brand ook wel eens een kaarsje voor mijn moeder terwijl ik niet gelovig ben. Maar het voelt fijn. Het gevoel dat je iets doet. En een ander lichtpuntje is de keuken die in mei komt. Je wil niet weten hoeveel zin ik daar in hebt! Alle oude troep eruit en weer een frisse start!’ Ze kijkt blij en ik bedank haar voor het gesprek.

Geschreven voor de gemeente Tilburg, DSP-groep (2016).

De gemeente Tilburg startte in 2012 met de proeftuin gezinsmanagement. Zo kreeg een aantal Tilburgse multiprobleem-gezinnen een gezinsmanager om hen te helpen hun leven weer op orde te krijgen. In de evaluatie van dit project in 2013 wilde de gemeente niet alleen ervaringen van de gezinsmanagers en de hulpverleners meenemen, maar ook van de gezinnen zelf. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s